Bij een lumbaalpunctie wordt cerebrospinaal (of spinaal) vocht uit het ruggenmerg gehaald.
Hoewel de technieken geavanceerd zijn, zijn veel mensen bang voor de procedure, wat meestal onterecht is. Zoals op de afbeelding is aangegeven, wordt de punctie, die maar enkele minuten duurt, uitgevoerd met een holle naald die in het centrale of spinale kanaal wordt gebracht tussen de doornuitsteeksels van het wervellichaam ter hoogte van de bekkenkam. Dat voorkomt mogelijke letsels aan het ruggemerg, dat minstens 10 cm hoger eindigt. Een plaatselijke verdoving is niet nodig.
Als de hersenen of het ruggenmerg ontstoken zijn, verandert de samenstelling van het spinaal vocht. Het spinaal vocht wordt in het laboratorium onderzocht op bepaalde kenmerken of parameters. Met behulp daarvan, kan de arts stoornissen van de immuunreacties in het centrale zenuwstelsel opsporen. Bij mensen met MS is het aantal ontstekingscellen in het spinale vocht gestegen.
Zie afbeelding.